ClaudicatioNet Jaarcongres 2016 – deel 1

31 maart 2016

Op 10 maart jl. vond alweer het 6e ClaudicatioNet Jaarcongres "Samen vooruit" plaats. Met op de kop af 950 deelnemers werd de opening verzorgd door Guusje ter Horst, voorzitter van het KNGF. Zij benadrukte de goede samenwerking tussen het KNGF en ClaudicatioNet en onderstreepte het belang om de krachten binnen de beroepsgroep te bundelen, om zo met overtuiging de kwaliteit van het vak fysiotherapie en de maatschappelijke meerwaarde ervan uit te dragen. Vanuit ClaudicatioNet ondersteunen wij dit standpunt natuurlijk volledig.

 

Prof. Dr. Miedema, decaan van de universiteit Utrecht, sloot hier perfect op aan in zijn voordracht over wetenschappelijk onderzoek en de noodzaak van maatschappelijke relevantie ('connecting science and society'). Miedema schetste het ongenoegen dat leeft in de wetenschappelijke wereld over het meten van output (aantal artikelen, impact factor) en de 'publish or perish' cultuur waar de belangrijkheid van personen wordt afgemeten aan het aantal publicaties van hun hand.

Deze 'rat-race' naar steeds meer publicaties moet volgens Miedema worden omgebogen naar spaarzamer publiceren van kwalitatief gedegen onderzoek dat daadwerkelijk impact heeft op de echte wereld. Onderzoekers zouden zichzelf die vraag wat vaker moeten stellen. Als voorbeeld refereerde Miedema naar de tijd waarin hij zich als jonge onderzoeker bezig hield met HIV/aids gerelateerd onderzoek. Tijdens een voordracht voor een groep niet te genezen aidspatiënten vroeg hij zich af waar hij mee bezig was: 'cure or career'. 

 

Bij herhaling verwees Miedema naar het proefschrift van Hugo Fokkenrood, voormalig promovendus bij ClaudicatioNet. Dit proefschrift heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het advies van het Zorginstituut Nederland (ZINL) en stelt dat gesuperviseerde looptherapie (GLT) terug moet in het basispakket. Dit advies ligt overigens sinds begin deze maand bij de Minister van VWS.  Miedema vergeleek de sociale impact van het proefschrift van Hugo met 'een publicatie in Nature'. Om de maatschappelijke meerwaarde van fysiotherapie uit te dragen, zal wetenschappelijk onderzoek zich moeten richten op onderwerpen die relevant zijn voor de maatschappij.

 

 

Daarna presenteerde Erwin Kompanje in een boeiende voordracht zijn visie ten aanzien van de voedingsindustrie. Op treffende wijze hield hij ons de inflammatie-fuik voor. Een fuik waarin wij ons allemaal bevinden.

 

- Wist u dat in meer dan een kwart van de Amerikaanse kinderziekenhuizen een fastfood-keten vertegenwoordigd is?

 

- Wist u dat analoog aan de tabaksindustrie ook de voedingsindustrie spreekt over 'replacement'  marketing strategieën? Met andere woorden: Hoe vul ik het marktaandeel aan de onderkant (kinderen) met wat ik aan de bovenkant (50-60-70 jarigen) verlies door sterfte ten gevolge van mijn product?

 

En hoe scheef is onze westerse maatschappij gegroeid, dat wij met pillen trachten te compenseren wat wij via onze voeding aanrichten. Voor sommigen ontluisterend was de boodschap over statines, waarvan grootse effecten worden geschetst, maar in werkelijkheid slechts kleine risicoreducties worden bewerkstelligd, afgezet tegen serieuze bijwerkingen.

Het belang van een gezonde leefstijl en met name gezonde voeding, had een grote impact op de toehoorders; de cake in de pauze die volgde bleef opvallend onaangeroerd. Zonde, want deze was speciaal geselecteerd: minder suikers, minder vetten!

 

Maar liefst 2 X 11 verschillende workshops tijdens de parallelsessies leverden een interessant en gevarieerd programma op. Zo konden claudicatiotherapeuten onder andere kiezen uit workshops over diabetes mellitus, zelfmanagement, het vaatlaboratorium of motivational interviewing.

 

 

 

 

Na een gezonde lunch waarbij zoveel mogelijk producten biologisch en lokaal waren, met speltbrood, kaas van de boer, veel fruit, sappen en aardwater met een smaakje, vervolgde longarts Frits Franssen het plenaire programma. Franssen heeft ruime ervaring op het gebied van training bij COPD-patiënten. De patiënt met claudicatio intermittens als index-ziekte heeft vaak ook COPD en omgekeerd bleek ook het geval. Multimorbiditeit!

 

Op verhelderende wijze werd de pathofysiologie van COPD  uitgelegd en werden handvatten gegeven over fysieke training bij COPD. Het risico op desaturatie werd enigszins gerelativeerd, net als training met zuurstof. Het blijkt dat niet alle COPD-patiënten die desatureren tijdens training baat hebben bij zuurstof. Daarom worden patiënten in zijn kliniek vooraf onderworpen aan een test om te bepalen of training met zuurstof nuttig is. De kleine groep van COPD-patiënten met pulmonale hypertensie vormt een aparte categorie waarbij desaturatie schadelijk kan zijn. In de vragenronde na afloop waagde Franssen zich aan de uitspraak: 'een saturatiemeting wordt vaak meer ter geruststelling van de fysiotherapeut gedaan, dan voor de veiligheid van de patiënt zelf'.

 

Na deze praktische informatie over het trainen van patiënten met COPD, gaf arts-onderzoeker David Hageman een korte update over de laatste wetenschappelijke inzichten omtrent claudicatio intermittens. Centraal hierbij stond het steeds groter wordende belang van het meten en stimuleren van fysieke activiteit. De rol die home-based training speelt, zoals met name in Amerika wordt onderzocht door de groep van McDermott, werd erin belicht. Ook kwamen twee relatief recente studies aan de orde. De Clever-studie, die aantoonde dat (in tegenstelling tot een diep geworteld geloof dat aorta-iliacale laesies beter direct gedotterd kunnen worden) ook voor obstructies van de bekkenslagaders gesuperviseerde looptherapie de eerste keus behandeling moet zijn.

 

De zojuist in JAMA gepubliceerde ERASE-studie toonde aan dat de combinatie van een interventie met een traject GLT superieur is. Niet geheel onverwachts. Echter meer (loopafstand) is niet altijd beter. Want in deze strategie schuilt het gevaar dat er weer direct wordt gedotterd en aan GLT voorbij wordt gegaan, zeker in andere landen waar GLT nog onvoldoende beschikbaar is. Daarom pleiten wij ervoor met deze resultaten om alle patiënten eerst GLT aan te bieden en indien nodig te laten volgen door een interventie. Patiënten die al tevreden zijn na GLT wordt zo een dure en risicovolle invasieve interventie bespaard.

 

Als voorzitter van ClaudicatioNet had ik ten slotte de eer het ClaudicatioNet Jaarcongres 2016 af te mogen sluiten. En, zoals inmiddels traditie, is deze afsluiting onderverdeeld in twee delen: waar staan we en waar willen we naar toe?

In aansluiting op het welkomstwoord van Guusje ter Horst, benadrukte ik de groeiende, constructieve samenwerking met het KNGF en het belang van krachtenbundeling. Een samenwerking die nodig is om kwaliteit zichtbaar te maken bij de behandeling van patiënten met claudicatio intermittens. Inmiddels worden landelijk behandelgegevens verzameld via de diverse EPD's en doorgezet naar de Landelijke Database Fysiotherapie (LDF) van het KNGF.

 

Deze koppeling heeft de nodige hobbels en uitdagingen gekend, maar samen met het KNGF zijn we bijna gereed om via de LDF gegevens te ontvangen in ons eigen ClaudicatioNet Kwaliteitssysteem. Hiermee komt inhoudelijke informatie beschikbaar van patiënten met claudicatio intermittens. Via een live demonstatie door arts-onderzoeker Marijn van den Houten, liet ik u zien hoe u als ClaudicatioNet therapeut door middel van visuals op eenvoudige wijze de door u zelf gegenereerde informatie kan zien. Met een benchmark ten opzichte van bijvoorbeeld uw tien dichtstbijzijnde collega's, kunt u therapieresultaten vergelijken en van elkaar leren. Maar ook doelmatigheidsinformatie over het aantal gegeven sessies, uitval van patiënten en de reden(en) hiervan wordt(en) hierdoor inzichtelijk gemaakt.

 

 

 

Uitgaande van het positieve scenario dat gesuperviseerde looptherapie voor claudicatio intermittens in het basispakket wordt opgenomen, moeten wij vervolgens wel aantonen dat de door ZI-Nl geraamde besparing van bijna 22 miljoen euro ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.

 

Eenmaal in het basispakket is terugbrengen van claudicatio intermittens als eerstelijns aandoening onze volgende ambitie. Dat wil zeggen dat huisartsen patiënten rechtstreeks naar een ClaudicatioNet therapeut zullen gaan verwijzen, in plaats van naar de vaatchirurg. Om dit te realiseren hebben wij uw hulp hard nodig.

 

                              

 

Samen met John Körver, cartoonist en sneltekenaar (ook verantwoordelijk voor de cartoons bij deze blog) hebben wij een filmpje gemaakt over Wim die last heeft van etalagebenen en daarmee zijn huisarts bezoekt. In slechts 5 minuten wordt de klacht, de door de huisarts ingezette diagnostiek, de verwijzing via ons digitale zorgsysteem en behandeling bij de ClaudicatioNet-therapeut getoond.

 

Dit filmpje is terug te vinden op de USB-stick die u in de congrestas ontving. U kunt het filmpje ook zien via deze LINK: "etalagebenen, een eerstelijns aandoening".

 

Met onze gezamenlijke missie in het achterhoofd vragen wij u bij huisartsen in uw buurt een afspraak te maken om dit filmpje samen te bekijken en zo huisartsen bekend te maken met de eerstelijns-gedachte bij claudicatio intermittens. Alleen op deze manier krijgen wij deze grote groep van huisartsen met ons mee.

 

Met het onderdeel 'waar gaan we naar toe?' kon ik niet voorbijgaan aan twee zaken in fysiotherapie-land die mij verontrusten. Daar kom ik graag in mijn volgende artikel op terug.

Terug naar overzicht