Vroegtijdig invasief ingrijpen bij claudicatio intermittens resulteert in méér interventies

22 mei 2018

Deze maand publiceerde een Australische onderzoeksgroep de lange termijn resultaten van 456 patiënten met claudicatio intermittens. In deze prospectieve cohortstudie onderging 39% van de patiënten binnen 6 maanden na de eerste beoordeling een invasieve ingreep (endovasculair of bypass chirurgie) en 61% werd initieel conservatief behandeld (dus géén operatie in de eerste 6 maanden). Daarnaast werd bij alle patiënten de medicatie geoptimaliseerd en kreeg men een loopadvies (nota bene: gesuperviseerde looptherapie is in veel landen amper tot niet beschikbaar, dus wordt een loopadvies gegeven door de behandelend arts).

 

Er bleken significant meer grote amputaties te hebben plaatsgevonden in de vroegtijdig invasieve groep (5% versus 1%) en meer secundaire invasieve ingrepen (46% versus 29%). Ook na correctie voor meerdere risicofactoren blijft het risico op een grote amputatie significant hoger na vroegtijdig invasief ingrijpen. Alhoewel dit geen gerandomiseerde studie betreft, werden geen relevante verschillen gevonden in patiëntkarakteristieken (zoals de ernst van PAV). De uitkomsten kunnen mogelijk verklaard worden door de verhoogde kans op complicaties na een invasieve behandeling. Deze studie illustreert dat een interventie leidt tot méér interventies. Weer een stukje bewijsvoering dat patiënten met PAV beter af zijn wanneer er niet primair een chirurgische ingreep plaatsvindt, maar men eerst aan de wandel gaat en leefstijl verbetert.

 

Een link naar het artikel vind je hier.

Terug naar overzicht