Behandeling in de eerste lijn


De richtlijn voor perifeer arterieel vaatlijden geeft aan dat het stepped care model moet worden gevolgd, waarbij in principe alle patiënten met claudicatio intermittens eerst gesuperviseerde looptherapie (GLT) volgen. Pas als GLT onvoldoende resultaat levert of bij verslechtering van de symptomen zal een dotter procedure of operatie overwogen worden. Volgens de richtlijnen vindt de primaire behandeling voor perifeer arterieel vaatlijden (PAV) dus in de eerste lijn plaats: de huisarts start het cardiovasculair risicomanagement (CVRM traject) en stuurt de patiënt rechtstreeks naar de ClaudicatioNet therapeut. De patiënt met verdenking op PAV werd in de afgelopen jaren veelal doorgestuurd naar de vaatchirurg. ClaudicatioNet heeft zich binnen de vaatchirurgie hard gemaakt voor het verwijzen door de vaatchirurg naar ClaudicatioNet (in navolging van de richtlijn).

Het Nederlands Zorginstituut heeft in 2016 samen met verschillende betrokken partijen, o.a. ClaudicatioNet, een verbetersignalement opgesteld in het kader van Zinnige Zorg voor patiënten met claudicatio intermittens. Er werd geconstateerd dat de huidige zorg goed geregeld is, maar dat er wel een aantal verbeterpunten zijn, onder andere op het gebied van betere opvolging van de richtlijn door zorgverleners. ClaudicatioNet richt zich op 2 pijlers: 1) in kaart brengen hoe de richtlijnopvolging door de jaren heen is ontwikkeld en 2) een project om de richtlijnnavolging te verhogen.

1) Momenteel wordt in kaart gebracht hoe de richtlijnopvolging door de afgelopen jaren heen is ontwikkeld. Er zal dus per jaar inzichtelijk worden gemaakt hoeveel mensen primair met GLT werden behandeld én hoe vaak er alsnog een dotter procedure of operatie nodig bleek te zijn. Deze gegevens worden inzichtelijk gemaakt in een rapport van het Nederlands Zorginstituut en zullen gepubliceerd worden in een wetenschappelijk tijdschrift.

2) Vanuit ZonMW is een subsidie toegekend voor een project om te voorkomen dat patiënten met PAV onnodig in de tweede lijn worden behandeld. In samenwerking met (kader)huisartsen is een scholing voor huisartsen en POH’ers ontwikkeld. Deze is met name gericht op de verwijzing vanuit de huisartsenpraktijk. Nascholing van huisartsen en meer bekendheid voor ClaudicatioNet zal ertoe leiden dat de patiënt niet meer onnodig naar het ziekenhuis wordt verwezen, maar direct naar een ClaudicatioNet therapeut. De zorg wordt daarmee in de eerste lijn gehouden, wat leidt tot een (kosten)effectieve behandeling.