Training en diabetes: de complexe claudicatio/DM2 patiënt


Nico Hofman, fysiotherapeut en bewegingswetenschapper - Paramedisch Advies Centrum Aalsmeer en Team LottoNL-Jumbo Schaatsen

In deze workshop zal er gekeken worden naar de grenzen waarbinnen topsporters (schaatsers) en  claudicatio patiënten trainen. Als voorbeeld wordt er gewerkt met een complexe claudicatio patiënt met DM2. We weten dat gesuperviseerde looptraining  zorgt voor een gunstige effect op de klachten van een claudicatio patiënt. Het verbetert de loopafstand, Zorgt voor minder pijn en  het helpt bij gewichtsreductie en gewichtshandhaving en het geeft verbetering van cardiovasculaire risicofactoren. Bij progressieve looptraining kunnen de klachten zelfs zodanig verbeteren (als ook gewichtsreductie gerealiseerd wordt) dat de loopafstand van de patiënt geen beperking meer vormt. So far so good.

Maar wat te doen als er geen progressie meer in het programma zit, of de comorbiditeit bij een patiënt de opbouw in de training (lijkt) tegen te werken? Wat geeft de patiënt als beperking aan? Is dat meetbaar? Is dat trainbaar? Hoevaak moet je (extra) bewegen en hoeveel, hoelang en hoe intensief? En om welke vorm van inspanning gaat het? Is wandelen, fietsen en werken in de tuin genoeg of is fitness en krachttraining beter? En moet de dosering van de (diabetes) medicatie worden verlaagd bij inspanning? Kortom bewegen in de breedste zin van het woord, binnen grenzen die meetbaar zijn.